luxielen

luxielen

ATLANTIS en GESCHIEDENIS IN DE VIJFDE KLAS

OnderwijsPosted by Luc Cielen 10 Feb, 2017 13:14:27

VRAAG VAN PIETER WITVLIET

Ik wil iets vragen over ‘Atlantis’. Luc merkt terecht op dat Steiner ‘zijn’ Atlantis als realiteit beschouwt en niet als legende. Steiner zou, volgens Luc, geadviseerd hebben met Atlantis te beginnen.

Begrijp ik het goed, dat het Steiners aanwijzing is, dat het geschiedenisonderwijs in klas 5 moet beginnen met Atlantis en wel het Atlantis van Steiner, dus het antroposofische Atlantis, dus Atlantis als antroposofie.

Atlantis als antroposofie aan de leerlingen van de 5e klas. Zie jij het zo?

----

Het is goed om nu en dan de puntjes op de i te zetten. Ik ben Pieter ten zeerste dankbaar dat hij dit hier doet, want als ik schrijf dat Steiner geadviseerd heeft om met Atlantis te beginnen, dan lijkt het wel of Steiner dit letterlijk zo gezegd heeft, terwijl dat – voor zover ik kan nagaan – niet zo is. In geen enkele pedagogische voordracht van Steiner komt deze uitspraak voor. Waarom beweer ik dan dat Steiner dit geadviseerd heeft?

In de eerste plaats omdat ik dat zelf zo vernomen heb in de opleidingen die ik iets meer dan veertig jaar geleden gevolgd heb. Daarin werd onder andere een manuscriptuitgave van een leerkracht aan een Nederlandse Vrijeschool gebruikt waarin de geschiedenisperiode van de vijfde klas tot in detail was uitgewerkt. De auteur begint met Atlantis en behandelt achtereenvolgens de cultuurperioden in de volgorde die Steiner in zijn lezingen over de mensheidsontwikkeling heeft opgegeven. Mijn collega’s in de Vlaamse steinerscholen gebruikten deze uitgewerkte tekst als handleiding bij hun geschiedenisperiode met als gevolg dat je tot op vandaag in zowat alle werkboeken van de leerlingen dit stramien met dikwijls identiek dezelfde teksten - die trouwens – o ramp - van het bord overgeschreven worden - tegenkomt.

In de tweede plaats omdat ik als leerkracht de verplichting heb om me degelijk voor te bereiden en steeds alles in vraag te stellen. Ik ben dus op zoek gegaan in de overgeleverde teksten van Steiner en vond in het boek van Karl Stockmeyer Rudolf Steiners Lehrplan für die Waldorfschulen voldoende elementen om mijn bewering te staven. Het hoeft niet altijd woordelijk in een voordracht van Steiner staan om te weten wat hij bedoelt.

Wat heeft Steiner geadviseerd in verband met het geschiedenisonderricht?

Inhoudelijk zéér weinig. Hij heeft vooral een methodische aanpak gesuggereerd met daarin drie zaken, die volgens mij zeer waardevol zijn:

1. Leid het kind in in de geschiedenis door het een tijdsbesef mee te geven. Het kind geeft een hand aan de vader, die de hand geeft aan zijn vader enzovoort: drie generaties per eeuw.

2. Geef geen beschouwingen, maar vertel over historische figuren.

3. Wat werkt uit elk tijdperk nog door in onze tijd?

Over de inhoud zegt hij het volgende: “Het (kind) moet een persoonlijke verhouding kunnen krijgen tot de historische personen, ook tot de beschrijving van de levenswijze in de afzonderlijke tijdperken van de wereldgeschiedenis.” En op een ander moment zegt hij: “Het geschiedenisonderwijs kan zó worden gegeven, dat we de historische grootheden, de mensen uit de geschiedenis en ook de afzonderlijke impulsen van het tijdperk op een dusdanige manier neerzetten dat het kind levendige morele en religieuze sympathieën en antipathieën ontwikkelt. Dan bereiken we iets wat buitengewoon belangrijk is.”

Als Steiner het over tijdperken heeft, dan bedoelt hij wel degelijk de tijdperken zoals hij die ziet in zijn antroposofisch gedachtegoed. Steiner heeft het dus over de tijdperken van de wereldgeschiedenis en over de impulsen die daarvan uitgaan. Om dit te begrijpen moet je niet op zoek gaan in de pedagogische voordrachten, maar in de voordrachten die over de wereld- en mensheidsontwikkeling gaan. Een handig boek om snel op te zoeken wat Steiner in zijn talloze voordrachten over de tijdperken heeft gezegd is De aardse en de kosmische mens van Bruno Skerath (uitg. Kramat, Westerlo 2012). Daarin staat op blz. 478: “Rudolf Steiner schenkt ons ook hier een leidraad. Hij wijst op een opeenvolging van verschillende beschavingen waarin een doorgaande lijn te zien is, een lijn die uitmondt in de zogeheten westerse beschaving van vandaag… Het gaat om zeven beschavingen, waarvan wij vandaag in de vijfde leven.” Hoger op dezelfde bladzijde schrijft Skerath: “We hebben … te maken met de omvorming, in fasen, van ons astraal lichaam tot de menselijke ziel. Daartoe hebben de beschavingen, waar we in vroeger tijden aan hebben deelgenomen, in beslissende mate bijgedragen.”

Er staan enkele antroposofische visies in de voorgaande teksten:

1. Er zijn zeven tijdperken van beschaving, volgend op de zondvloed ofte de ondergang van Atlantis. Dit is antroposofie, want alleen gebaseerd op Steiners mededelingen uit zijn ‘schouwingen in de geestelijke wereld’.

2. Elk tijdperk duurt 2.160 jaar en is gelinkt aan het lentepunt dat doorheen een teken van de dierenriem verschuift. Dit is antroposofie en astrologie ineen. Astrologie kan nooit ofte nimmer leerstof zijn op school.

3. De tijdperken volgen elkaar in de tijd op. Dit klopt niet met de historische werkelijkheid: culturen overlappen elkaar ook of bestaan simultaan naast elkaar en beïnvloeden elkaar.

4. De volgorde van de tijdperken stemt niet overeen met wat de archeologie tevoorschijn brengt. De oorsprong van onze beschaving is niet – voor zover dit nu bekend is – ontstaan in India, maar in het gebied dat gewoonlijk de ‘Vruchtbare Halve Maan’ genoemd wordt.

5. Elk tijdperk (cultuurperiode) heeft zijn specifieke impuls voor de ontwikkeling van de ziel. De term astraal lichaam is in deze context alleen voor antroposofen begrijpelijk. Deze bewering steunt ook alleen op Steiners ‘geestelijk schouwen’.

6. Er staat dat we aan de voorgaande cultuurperioden hebben deelgenomen; dit is een verwijzing naar reïncarnatie. En zoals je weet gaan antroposofen ervan uit dat je meer dan eens op aarde leeft.

Natuurlijk zal geen enkele leerkracht de uitleg over de zielsontwikkeling meegeven aan de kinderen, maar het feit dat de geschiedenis ingedeeld wordt in zeven tijdperken na de zondvloed bereidt de kinderen voor op het accepteren van deze visie op geschiedenis. Steiner ziet een teleologische lijn in de geschiedenis, terwijl moderne historici net beweren dat er geen lijn en geen doel in de geschiedenis zit. Steiner is hier dus duidelijk in tegenspraak met hedendaagse inzichten.

In de leerplanvoordrachten zegt Steiner dit: “In de vijfde klas zal men zich dan alle inspanning getroosten om met de kinderen een begin te kunnen maken met de werkelijk historische begrippen. En men moet er ook absoluut niet voor terugschrikken om het kind juist in deze tijd, in de vijfde klas, begrippen bij te brengen over de cultuur van de oosterse volkeren en van de Grieken. De tegenzin om terug te gaan naar oude tijden is enkel opgewekt door die mensen van onze tijd die niet het talent hebben om adequate begrippen op te roepen wanneer men teruggaat naar die oude tijden. Een kind van tien, elf jaar kan heel goed gewezen worden op alles wat hem aan een begrip helpt voor de oosterse volkeren en voor de Grieken, vooral wanneer men voortdurend appelleert aan zijn gevoel.” Die oosterse volkeren in de oude tijden zijn de Indiërs, de Mesopotamiërs, de Perzen, de Egyptenaren. Dus ook hier een referentie naar de cultuurperiodes zoals antroposofen die zien.

Heeft Steiner dan gezegd dat je bij Atlantis moet beginnen in de vijfde klas? Nee, maar uit al wat hij over geschiedenis inhoudelijk verkondigd heeft, kun je niet anders dan bij Atlantis beginnen. Hoe ga je anders over de verschillende cultuurtijdperken spreken?

Mag je Atlantis dan niet ter sprake brengen? Jawel, maar alleen als illustratief verhaal bij de Grieken in de 5e eeuw voor Christus, als je het over de filosofen hebt, en dus ook over Plato.

Los van de antroposofische elementen, die alleen door aandachtige lezers te herkennen zijn, is de grote waarde van Steiners advies, dat hij ervoor pleit om een cultuurgeschiedenis te geven, waarbij hij op andere momenten erop wijst om in elke leerstof het kunstzinnige te vinden. Wel, in de geschiedenisperiode zijn zowel de cultuurgeschiedenis als het kunstzinnige overvloedig aanwezig. Er bestaat geen beter geschiedenisonderwijs dan dit, zeker als je de antroposofische elementen achterwege laat en daarbij ook de volgorde van de culturen (spreek liever niet over cultuurtijdperken) aanpast aan de hedendaagse wetenschappelijke inzichten.

Ik heb nog wel meer opmerkingen over het geschiedenisonderricht in de steinerscholen, maar die vallen buiten het bestek van de vraag van Pieter.

Een aantal van Steiners uitspraken over het vak geschiedenis vind je op http://cielen.eu/pedagogie/steiner.html

Luc





  • Comments(1)//lux.cielen.eu/#post37