luxielen

luxielen

SYMPATHIE - ANTIPATHIE

OnderwijsPosted by Luc Cielen 27 Mar, 2017 10:20:34

Tussen schoolrijpheid en puberteit beleeft het lagereschoolkind het hoogtij van zijn gevoelens; het zweeft als in een overweldigende droomwereld tussen liefde, haat, vreugde, smart, enthousiasme, afkeer en bovenal empathie, terwijl zijn denken en zijn kritisch vermogen geleidelijk wakker worden.

De wereld van de lagereschooltijd is dan ook bij uitstek een gevoelswereld die heen en weer drijft tussen de uitersten van sympathie en antipathie. Het is de tijd van de leerkracht-kunstenaar, van de fantasievolle denker, van de meeslepende beeldende verteller, van de lyrische poëet, van de hemelse zanger-muzikant, kortom van hij of zij die een stroom van sympathie weet op te wekken. Een leerkracht die niet ‘vanuit de buik’ kan lesgeven, hoort hier niet thuis. Wie niet kan enthousiasmeren om alzo de kinderen aan te zetten tot leren en werken bereikt niets: hij of zij is de saaie leerkracht, de droogstoppel, de pedant; degene die alleen maar antipathie opwekt bij de leerlingen.

Sympathie helpt de kinderen om zich met de opdrachten en de leerinhouden te verbinden en zet hen aan om aan het werk te gaan. Zij is de verleidster van de wil en daarmee het allerbelangrijkste wat een lagere school kan bereiken: het vormen van wilskrachtige kinderen. Vanuit sympathie ontstaan de mooie ‘kunst’werkjes die de kinderen maken: prachtige tekeningen, sfeervolle schilderijen, mooi verzorgde taal- en rekenschriften en rijk geïllustreerde periodeschriften. Sympathie zet aan tot het creëren van schoonheid en het bewonderen van eigen en andermans werk, want sympathie bekritiseert niet, maar gaat mee in de beleving. Zo ontstaat uit sympathie een hechte sociale band, zo waardevol voor een gelukkig en kunstzinnig leven.

Maar leren zonder antipathie lukt niet. Wie steeds maar op de sympathiestroom meesurft, ontwikkelt te weinig inzicht en te weinig kennis. Want leren gaat gepaard met catharsis. Uit de sympathiekrachten ontstaat de drang om te leren, te ontdekken. Maar leerstof geeft zich niet zomaar prijs; hij vergt inspanning en roept weerstand – antipathie – op. Zodra die dankzij de wilsinzet overwonnen is, ontstaat er een nieuw en hoger gevoel van sympathie.

Welk kind komt niet in de eerste klas met de hoge verwachting: ‘Nu ga ik leren lezen en schrijven en rekenen’? Er is niets dan sympathie bij aanvang van die eerste klas. Maar dan komt het werk: leren lezen loopt via moeizame analyse en synthese, rekenen kan niet zonder heel veel oefenen, schrijven vraagt inspanning en geduld; de eerste antipathiekrachten openbaren zich al snel met: ‘Juf, dat kan ik niet’ of ‘ik ben moe’ of ‘ik heb buikpijn’ of ‘moet dat?’! Maar zie: opeens zegt een eersteklasser: ‘Daar staat ‘STOP’’ of ‘hé, ik heb mama geschreven’ of ‘3 x 4? Poepsimpel, dat is toch gewoon 12’! Een nieuwe sympathiestroom is ontwaakt en moedigt aan om verder te gaan.

Sympathie en antipathie gaan hand in hand bij het leren in de lagere school. Uit het evenwicht tussen beide ontstaat de heerlijkste leertijd die een mens kan beleven: de lagereschooltijd. En die is énig.

https://www.cielen.eu

  • Comments(0)//lux.cielen.eu/#post43